Naar de inhoud
Naar het hoofdmenu Naar het submenu
Naar tekst vergroten / verkleinen
 
Als u hier klikt dan gaat u terug naar de homepagina
 

Nieuws Platform VG

Kwaliteitskader gehandicaptenzorg – meten start op 2 november

26 oktober 2009

Over kwaliteit is de laatste maanden druk overleg geweest. Van de ene kant willen we meer greep krijgen op kwaliteit. Van de andere kant blijft de vraag of je kwaliteit wel meten kunt. We weten het antwoord niet. Maar we denken wel dat bijvoorbeeld ziekteverzuim en personeelsverloop iets zeggen over de kwaliteit van de organisatie. En we denken ook dat de BMI (body mass index) iets zegt over de gezondheid van een persoon. Dat wil niet zeggen dat we instellingen met een hoog ziekteverzuim maar moeten sluiten of dat alle mensen met een BMI boven de 30 verplicht op dieet moeten.

Alle partijen in de zorg – aanbieders; cliëntenorganisaties; inspectie; zorgverzekeraars; overheid – willen betrouwbare informatie over kwaliteit. Om die reden is een ‘kwaliteitskader’ ontwikkeld voor de gehandicaptenzorg.

Wat is het kwaliteitskader?
In het kwaliteitskader staat over welke aspecten van de zorg de aanbieders verantwoording dienen af te leggen. Het bestaat uit drie delen:

  1. Visiedocument.
    Dit beschrijft twee uitgangspunten: 
    • het doel van zorg en ondersteuning is het bevorderen/in stand houden van de kwaliteit van bestaan van mensen met een beperking; 
    • eigen regie van mensen met een beperking is een centrale waarde in de zorg en ondersteuning.
      In het visiedocument staat welke thema’s binnen kwaliteit te onderscheiden zijn. Het idee is dat de prestaties van zorgaanbieders op deze thema’s te meten en dus te vergelijken zijn.
  2. Indicatorenset
    Voor je feitelijk kunt gaan meten en vergelijken moet je met elkaar vast te stellen welke indicatoren je gebruikt. Per themagebied zijn een of meer indicatoren gekozen. De stuurgroep veronderstelt dat ze iets zeggen over de kwaliteit op dat thema en waarbij het idee is dat er ook verschillen te meten zijn tussen aanbieders. Er wordt gewerkt met twee soorten indicatoren: zorginhoudelijke indicatoren die meten vanuit het perspectief van de zorgaanbieder en indicatoren van cliëntervaringen die informatie geven vanuit het perspectief van cliënten. De zorginhoudelijke set is uitgetest en klaar voor gebruik (start 2 november). De cliëntervaringenset wordt momenteel bij een groot aantal cliënten en zorgaanbieders uitgeprobeerd. De set zal begin 2010 klaar zijn voor landelijke toepassing. 
  3. Sturingsmodel
    Het sturingsmodel is het totale traject: de instrumenten die worden gebruikt, voorlichting en ondersteuning aan instellingen, en het proces dat nodig is om van ruwe gegevens bruikbare kwaliteitsinformatie te maken (de stappen die nodig zijn om gegevens landelijk vergelijkbaar te maken).


Proces en verbeteringen

Het visiedocument werd in maart 2007 afgerond. Vanaf zomer 2007 heeft de stuurgroep gewerkt het ontwikkelen van de indicatorenset en het sturingsmodel. In 2008 werd voor de zorginhoudelijke indicatoren een pilot uitgevoerd bij een aantal organisaties. In 2009 vonden verdere verbeterslagen plaats. Zo is het aantal vragen beperkt en de formulering meer eenduidig gemaakt. Het resultaat is een instrument dat voldoende betrouwbaar is én dat uitvoerbaar is in de dagelijkse zorgpraktijk.

Lanceren
Op maandag 2 november gaat het echte meten van start. Tot eind februari 2010 hebben instellingen de tijd om gegevens aan te leveren. Er is een handboek ‘meten’ ontwikkeld dat in de praktijk is uitgetest. Heeft de instelling de zorgplancyclus goed op orde, dan kost dit geen extra tijd. Het idee is juist om de administratieve lasten te verminderen. De gegevens zijn bedoeld voor de interne verbetercyclus, het jaardocument zorg, verantwoording naar het zorgkantoor en als keuze ondersteunende informatie voor www.kiesbeter.nl.

Terug naar nieuwsoverzicht
Reacties op dit nieuwsbericht:
Reageer
e-mail wordt niet getoond op de site