Nieuws Platform VG
Wetsvoorstel Wmo ingediend bij Tweede Kamer
11 januari 2012Op 22 december 2011 is het wetsvoorstel over de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is nog niet bekend wanneer de Kamer het wetsvoorstel behandelt. De regering wil de nieuwe wet op 1 januari 2013 laten ingaan. Dat zal gefaseerd gebeuren: vanaf 2013 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de begeleiding en kortdurend verblijf van nieuwe gevallen en van mensen van wie de indicatie in 2013 eindigt. Vanaf 1 januari 2014 is iedereen voor begeleiding en kortdurend verblijf aangewezen op de gemeente. Het gaat om begeleiding voor mensen zonder verblijfsindicatie en kortdurend verblijf voor personen die permanent toezicht nodig hebben.
Het wetsvoorstel bevat een aantal ingrijpende wijzigingen:
Decentralisatie: overheveling van AWBZ-taken naar de Wmo. Het gaat om begeleiding voor mensen zonder verblijfsindicatie en kortdurend verblijf voor personen die permanent toezicht nodig hebben.
Voor de begeleiding geldt dat de burger in staat moet worden gesteld om dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijk leven te structureren en daarover regie te voeren zodat hij in de samenleving kan participeren.
Het vervoer van en naar begeleiding valt ook onder de Wmo. Het maakt daarbij niet uit of de locatie binnen of buiten de gemeentegrenzen ligt.
Voor kortdurend verblijf moet de gemeente voorzieningen aanbieden die mantelzorgers in staat stellen om de mantelzorg vol te houden (respijtzorg). De gemeente vult zelf deze compensatieplicht in. Zo kan de gemeente kortdurend verblijf aanbieden (logeerfaciliteit) of bijvoorbeeld opgeleide personen inzetten die thuis tijdelijk het permanente toezicht op zich nemen.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitgevoerde maatschappelijke ondersteuning en het toezicht daarop.
De toepassing van de Kwaliteitswet zorginstellingen op de maatschappelijke ondersteuning komt hiermee te vervallen Ook het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op de maatschappelijke ondersteuning komt te vervallen. De IGZ houdt wel toezicht op de wijze waarop de gemeenten hun kwaliteitstoezicht uitvoeren.
Gemeenten moeten in hun beleidsplannen vastleggen welke eisen ze stellen aan de kwaliteit van de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning. In een verordening moeten regels zijn opgenomen rondom de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning, de handhaving en de manier waarop de gemeente toezicht houdt.
Gemeenten zijn niet meer verplicht om een persoonsgebonden budget (pgb) te verstrekken
Gemeenten hoeven alleen Zorg in natura aan te bieden. Maar zij kunnen in een verordening wel bepalen dat een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt. Gemeenten moeten dan omschrijven in welke gevallen en onder welke voorwaarden, iemand een pgb kan aanvragen. Ook is goede voorlichting over de gevolgen van de keuze voor het pgb een vereiste.
Het pgb moet vergelijkbaar zijn met ZIN. De burger moet dus met het budget de noodzakelijke ondersteuning kunnen inkopen.
Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheden op het gebied van het klachtrecht, de medezeggenschap en de melding van calamiteiten en geweld
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een goede regeling van klachtrecht en medezeggenschap. In het beleidsplan moet staan omschreven hoe zij er voor zorgen dat aanbieders en gemeente zorg klachten effectief en laagdrempelig afhandelen. Het gaat om aanbieders van maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, openbare geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, huishoudelijke hulp of begeleiding. in hun beleidsplan geven gemeenten ook aan welke eisen gelden voor de medezeggenschap van die aanbieders. Dat geldt alleen voor aanbieders met meer dan tien medewerkers in de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, huishoudelijke hulp en/of begeleiding.
Bovendien moeten in een verordening regels staan hoe de gemeente het beleid voor klachtrecht en medezeggenschap uitvoert, erop toe te ziet en te handhaaft. De Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) komt hiermee voor de maatschappelijke ondersteuning te vervallen.
Gemeenten zijn
verantwoordelijkheid voor het opstellen van regels voor een meldplicht voor
calamiteiten en geweld. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de
organisatie en aanwijzing van een meldpunt calamiteiten en geweld.
De gemeenten moeten in hun beleidsplan aangeven welke eisen voor aanbieders
gelden voor het melden van calamiteiten
en geweld en bij welke instantie. Dit kan ook de gemeente zelf zijn. Ook moet
de gemeenteraad in de verordening regels opnemen die noodzakelijk zijn om het
beleid ten aanzien van de melding van calamiteiten en geweld uit te voeren,
daarop toe te zien en te handhaven. Hiermee vervalt de nog in de Kwaliteitswet
zorginstellingen geregelde meldplicht bij calamiteiten en seksueel geweld in
een instelling.
Downloads:
Terug naar nieuwsoverzicht





