Zelf indiceren Wmo leidt tot lagere kosten'
27 januari 2011Minder kosten voor de uitvoering, een groter bewustzijn onder mantelzorgers en uitstel van het beroep op de AWBZ. Dat zijn belangrijke uitkomsten van de Benchmark Wmo 2010.
Aan het jaarlijkse onderzoek deden 170 gemeenten mee, vooral met inwonersaantallen tussen de 20.000 en 50.000. Volgens onderzoeksbureau SGBO is het op basis van dit aantal moeilijk om representatieve uitspraken te doen over alle gemeenten. De deelnemers zijn namelijk een selecte groep die zelf kozen voor deelname aan de benchmark, het aantal gemeenten is relatief klein en qua grootte niet gelijk gespreid over Nederland.
Zelf indiceren
De uitvoeringskosten voor het verlenen van individuele voorzieningen daalden in 2009 ten opzichte van 2008 met tien procent naar 17 euro per inwoner. De daling is te verklaren door het vervallen van de invoerings- en herindicatiekosten uit de beginperiode van de Wmo. Van de benchmarkgemeenten indiceerde 67 procent de aanvragen voor de hulp bij het huishouden zelf, voor de overige voorzieningen was 63 procent van de gemeenten.
Hoe meer gemeenten zelf indiceren, des te lager de uitvoeringskosten. Het aanvraagproces verloopt steeds efficiënter, wat blijkt uit de daling van de doorlooptijden bij alle voorzieningen.
Bijna een kwart van de gemeenten heeft geen zicht op het aantal mantelzorgers. Wel zien steeds meer mantelzorgers zichzelf als zodanig: in 2008 was dat 59 procent en in 2009 was 72 procent. De bekendheid met het ondersteuningsaanbod onder mantelzorgers groeide naar 72 procent in 2009. Respijtzorg vormt hierop een uitzondering. Bij veel gemeenten is het aanbod hiervoor onbekend, de helft heeft geen zicht op het aantal beschikbare plaatsen.
Langer zelfstandig
Cliënten van individuele voorzieningen hebben baat bij dit aanbod, zo blijkt. 81 Procent van hen vindt dat de ondersteuning ‘redelijk’ of ‘zeer veel’ bijdraagt aan de mogelijkheid om zelfstandig te wonen. Daarmee helpt de Wmo, aldus SGBO, mee aan het uitstellen van duurdere AWBZ-zorg. Gemeenten ervaren de Wmo en AWBZ evenwel niet als communicerende vaten: 65 procent van hen heeft geen zicht op de wachtlijsten voor intramurale zorg. De onderzoekers tekenen hierbij aan dat de wetgever langer thuis wonen nog als een keuze ziet en niet als een noodzaak vanwege eventuele wachtlijsten bij zorginstellingen






