minister kort toch op onderwijs
17 februari 2011Bewindsvrouw meent dat scholen veel efficiënter met geld kunnen omgaan
Onderwijsminister Van Bijsterveldt wijst verzoek om uitstel van bezuinigingen op passend onderwijs van de hand.
Ze vindt dat ‘ systeem uit zijn voegen barst’.
Minister laat salarissen van topbestuurders ongemoeid.
DEN HAAG – Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt houdt vast aan haar voornemen om 300 miljoen euro te bezuinigen op het onderwijs voor kinderen met een stoornis of handicap.
Ook weigert ze scholen meer tijd te geven zich op het zogenoemde ‘passend onderwijs’ voor te bereiden.
Een verzoek om uitstel van onder meer PvdA en D66 wees ze gisteren in een debat in de Tweede Kamer resoluut van de hand.
Van Bijsterveldt verdedigde haar plannen door te benadrukken dat het systeem uit zijn voegen barst. De meeste scholen hebben haar plannen al grotendeels ingevoerd. In dat systeem, dat officieel pas per 1 augustus 2012 van kracht wordt, krijgen leerlingen met een handicap of stoornis zoveel mogelijk les op reguliere scholen, die daarvoor per leerling extra geld krijgen.
Omdat er veel meer leerlingen komen die extra zorg nodig hebben, dreigt dit toch onbetaalbaar te worden. Daarom houdt de minister vast aan haar bezuinigingsplan.
De bewindsvrouw denkt dat scholen efficiënter met het geld kunnen omgaan. Ze verwacht ook dat kinderen minder snel het etiket ‘hulpbehoevend’ krijgen opgeplakt.
In het debat spraken oppositiepartijen zich fel uit tegen plannen. Evenals ouders, docenten en schoolbesturen vrezen zij dat scholen straks te weinig geld overhouden om zowel de zorgleerlingen als reguliere scholieren goed les te geven en te begeleiden. De wachtlijsten voor het speciaal onderwijs zullen daardoor weer groeien, voorspellen ze.
Enkele duizenden docenten zullen moeten worden ontslagen.
Daarbij hebben scholen te weinig tijd om zich goed voor te bereiden.
Minister Van Bijsterveldt zei ook dat ze niets te zeggen heeft over het salaris van topbestuurders in het passend onderwijs.
VVD-Kamerlid Ton Elias had vragen over gesteld over hoge salarissen van bestuurders. „Ik vind het de persoonlijke verantwoordelijkheid van de bestuurder zelf en de raad van bestuur”, aldus de minister.






