‘Kinderwens voor mensen met een verstandelijke beperking mag er zijn’
25 februari 2011Als iemand met een verstandelijke beperking zegt: ‘Ik wil graag een kind’, dan gaan alle alarmbellen rinkelen. ‘Er rust een groot taboe op’, stelt GZ- psycholoog Marja Hodes. ‘Maar door er niet over te praten, keren zij de hulpverlening de rug toe. En die kinderen komen er dan toch wel.’
‘Een kinderwens op zich mag er zijn’, vindt Hodes. Hulpverleners mogen geen oordeel vellen over of iemand wel of niet kinderen zou moeten krijgen. Als het gaat over ouders met een verstandelijke handicap, denkt iedereen vaak aan excessen die breed worden uitgemeten in de media, vindt de psycholoog. Kinderen worden verwaarloosd door ouders die moeite hebben om goed voor zichzelf te zorgen. ‘Maar een beperking’, zo blijkt uit onderzoek en zegt Hodes, ‘is wel een risicofactor, maar zeker geen bepalende factor als we het over falend ouderschap hebben.’
Buiten de boot
Wanneer je aan mensen vraagt wat zij belangrijk vinden in hun leven, dan hoort het vormen van een gezin en het krijgen van een kind daarbij, aldus Hodes. De informatie over wat er allemaal in je leven verandert en wat je moet doen en kunnen, ontbreekt echter. ‘Vooral mensen met een licht verstandelijke beperking vallen wat dat betreft buiten de boot’, vindt ze. Voor haar een reden om een koffer te maken met informatie, zodat de kinderwens bespreekbaar wordt.
‘Het gaat niet om ontmoedigen of bemoedigen’, benadrukt Hodes. ‘Het gaat er vooral om dat het duidelijk wordt wat zo’n grote beslissing inhoudt.’ En dat wordt heel concreet door bijvoorbeeld een lijst in te vullen over hoe je het huis kindveilig maakt. Of opdrachten met speelgeld: wat kost het nu eigenlijk, een baby opvoeden? En wat betekent een kind voor je relatie? ‘Zo kan iemand bewuster bepalen of een kind op dat moment eigenlijk wel past in haar leven.’
Deuren dicht
De koffer is niet alleen voor de cliënt bedoeld. Hij bevat ook een spel waarbij hulpverleners hun eigen opvattingen kunnen ontdekken over dit onderwerp. ‘Als een cliënt van het gezicht van de hulpverlener kan aflezen dat hij of zij de wens afkeurt, dan gaan alle deuren dicht. Het is juist belangrijk dat er een klimaat ontstaat waarin de cliënt weet dat zij voor hulp kan aankloppen.’
Die hulp moet ook vooral in het eigen netwerk worden gezocht. ‘We bepalen samen welke mensen de cliënt belangrijk vindt en wie haar kan adviseren of helpen. Het is goed dat het netwerk al in een heel vroeg stadium wordt versterkt.’
Hodes heeft met haar project de Gehandicaptenzorgprijs 2010 van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gewonnen. Het geldbedrag dat daarbij hoort, zal ze gebruiken om de informatie te vertalen. Er is internationaal namelijk veel belangstelling voor de koffer. Dat is goed, vindt Hodes. ‘Want niet alleen in Nederland mogen we een kinderwens bij mensen met een beperking niet over het hoofd zien. Die moet je met respect benaderen.’
Projectgegevens
Naam: ‘Kinderen, waar kies ik voor?’
Initiatief van: Marja Hodes, klinisch en GZ-psycholoog
Uitvoerder: ASVZ, zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking
Doelstelling: De kinderwens van mensen met een licht verstandelijke beperking bespreekbaar maken, met behulp van een informatiekoffer
Winnaar van: Gehandicaptenzorgprijs 2010 van VGN
Kosten: 395 euro
Website: www.asvz.nl






