Naar de inhoud
Naar het hoofdmenu Naar het submenu
Naar tekst vergroten / verkleinen
 
Als u hier klikt dan gaat u terug naar de homepagina

Toch huishoudinkomentoets voor werkende Wajonger?

20 december 2011

De Eerste Kamer heeft aan de staatssecretaris opheldering gevraagd over de gevolgen van de Wwb-huishoudinkomenstoets voor Wajongers die gaan werken en wonen bij een ouder(s) of partner met een Wwb- of WIJ-uitkering. Door de huishoudinkomenstoets gaat het inkomen van deze huishoudens er drastisch op achteruit (soms zelfs 40%). De CG-Raad zet kanttekeningen bij het antwoord van de staatssecretaris.


Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de hoofdlijnennotitie Wet Werken naar vermogen (Wwnv) hebben de staatssecretaris en de coalitiepartijen helder uitgesproken dat bestaande Wajongers niet te maken krijgen met de huishoudinkomenstoets. Uit de antwoordbrief van 16 december blijkt nu dat Wajongers daar toch wel mee te maken kunnen krijgen als zij gaan werken. Dit roept de vraag op of eerdere beloften teniet worden gedaan.

 

Wel onderscheid
In zijn antwoord aan de Eerste Kamer stelt staatssecretaris De Krom dat jonggehandicapten zich niet onderscheiden van andere groepen die te maken krijgen met de huishoudinkomenstoets. Maar tegelijk schrijft hij dat bij deze Wajongers wel sprake is van een vroegere afhankelijkheidsrelatie wegens arbeidsongeschiktheid. Dit spreekt elkaar tegen, vindt de CG-Raad. Het is immers vaak een noodzakelijke keuze om bij hun ouders te blijven wonen omdat zij afhankelijk zijn van mantelzorg van hun ouders. Zorg die zij als zelfstandig wonende niet of alleen tegen hoge kosten kunnen organiseren. In die zin onderscheidt deze werkende Wajongere zich weldegelijk van een andere thuiswonende werkende jongere.

 

Werk moet lonen
De CG-Raad heeft herhaaldelijk aangegeven dat er principiële problemen en praktische uitvoeringsproblemen ontstaan door het hanteren van een huishoudinkomenstoets waarbij sprake is van samenloop met andere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en regelingen. Uitgangspunt moet zijn dat werk altijd moet lonen, op korte en lange termijn.

De CG-Raad vindt dat rekening gehouden moet worden met de bijzondere situatie van een thuiswonende werkende Wajongere in geval van samenloop met een WWB/WIJ-uitkering. Er kan bijvoorbeeld een kortingspercentage gehanteerd worden, maar wel op een manier dat werken voor een thuiswonende Wajonger, en dus ook voor het huishouden, lonend is.

 

Debat Eerste Kamer
Komende maandagavond bespreekt de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet Werk en Bijstand 19.30 uur). De vergadering kan worden bijgewoond vanaf de publieke tribune.

 

Antwoord van staatssecretaris De Krom aan Eerste Kamer
Plenaire behandeling Eerste Kamer 19 december 2011

 

Terug naar nieuwsoverzicht