Naar de inhoud
Naar het hoofdmenu Naar het submenu
Naar tekst vergroten / verkleinen
 
Als u hier klikt dan gaat u terug naar de homepagina

Wijzigingen in de Wajong

Wat veranderd er?  

  • Uitgangspunt wordt wat jongeren wél kunnen, in plaats van wat zij niet kunnen. Voor alle jongeren geldt dat zij in principe moeten werken of leren. Dit geldt ook voor jongeren met een beperking.
  • De wijziging geldt voor nieuwe Wajongers (vanaf 2010), niet voor wie nu al in de Wajong zit, of voor 1 januari 2010 een uitkering heeft aangevraagd en recht heeft op basis van de huidige Wajong.
  • Het belangrijkste doel van de vernieuwing van de Wajong is jongeren met een beperking te ondersteunen bij het vinden en houden van een baan bij een reguliere werkgever.

Arbeidsondersteuning

  • In de nieuwe Wajong staat het recht op arbeidsondersteuning centraal, en niet meer het recht op een uitkering. De nieuwe wet gaat daarom ook anders heten: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), in plaats van de huidige benaming: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
  • Jongeren met een beperking die zelf geen werk vinden, maar een beroep willen doen op ondersteuning, kunnen die via het UWV krijgen. Een individueel participatieplan geeft concreet aan wat iemand al dan niet met behulp van re-integratie-instrumenten, zou kunnen en welke ondersteuning daarbij nodig is. Het plan geeft de wijze weer waarop de arbeidsondersteuning van de jongere wordt vormgegeven. 
  • De arbeidsondersteuning kan onder meer het volgende omvatten: werkplekaanpassing, begeleiding en ondersteuning bij het vinden van werk, een jobcoach, vervoersvoorzieningen, ondersteuning bij het starten van een eigen bedrijf, een werkaanbod door het UWV, een re-integratietraject, scholing of studie.
  • Als onderdeel van de arbeidsondersteuning kunnen jonggehandicapten inkomensondersteuning aanvragen. Voor wie als gevolg van zijn ziekte volledig en duurzaam niet (meer) in staat is om te werken, staat inkomensbescherming voorop. 

Inkomensondersteuning  

  • Jongeren die om medische of arbeidskundige redenen geen enkel perspectief hebben op een gewone baan, ook niet met ondersteuning, blijven recht hebben op een ongewijzigde Wajong-uitkering (75% van het wettelijk minimumloon).
  • Voor jongeren die wel perspectief hebben (circa 70% van de huidige instroom), wordt gekeken wat zij kunnen (ontwikkelen) en hoe dit gerealiseerd kan worden. Voor deze groep komt de ‘Werkregeling jonggehandicaptenÙ binnen de Wet Wajong.
  • Voor deze regeling geldt, in aansluiting op de beoogde regeling voor het werkleerrecht van jongeren (Wetsvoorstel investeren in jongeren (WIJ)), vooralsnog de leeftijdsgrens van 27 jaar. Op 27 jarige leeftijd vindt de definitieve beoordeling plaats over blijvende toepassing van de Wet Wajong.
  • De inkomensondersteuning van de jongeren in de werkregeling die buiten hun schuld niet werken zal 75% van het wettelijk minimumloon zijn. Op het moment dat blijkt dat de nieuwe aanpak werkt (meer perspectief voor deze jongeren door het arbeidsaanbod en de ontstane arbeidsmogelijkheden) kan het kabinet bekijken of het percentage van 75% van het wettelijk minimumloon moet worden gehandhaafd.

Werkregeling

  • De ‘Werkregeling jonggehandicaptenÙ gaat ervan uit dat iedere jonggehandicapte inkomen heeft en dat (meer) werk moet lonen. Afhankelijk van de daadwerkelijke verdiensten, varieert de inkomensaanvulling.
  • De inkomensondersteuning in de werkregeling kent twee fasen. De eerste fase begint na de voorlopige beoordeling van de jonggehandicapte doorgaans vlak voor de 18e verjaardag en eindigt op 27-jarige leeftijd als de definitieve beoordeling plaatsvindt.
  • Als de jonggehandicapte (jonger dan 27 jaar) werkt en daarmee tot 20 procent van het wettelijk minimumloon verdient, vult de overheid zijn inkomen straks aan tot 75 procent van het wettelijk minimumloon. Verdient de jonggehandicapte meer dan 20 procent van het wettelijk minimumloon, dan mag hij de helft van iedere 'extra' verdiende euro houden, zodat zijn inkomen hoger is dan 75 procent van het minimumloon en (meer) werken ook loont. Met de overheidsaanvulling kan zijn totale inkomen oplopen tot 100 procent van het minimumloon. Het totaal van de inkomensondersteuning en het inkomen uit arbeid mag niet meer dan 100% van het wettelijk minimumloon zijn. 

Definitieve beoordeling

  • Bij de definitieve beoordeling van de jonggehandicapte op 27-jarige leeftijd – de tweede fase - wordt vastgesteld wat hij ondanks zijn handicap nog kan verdienen (resterende verdiencapaciteit), al dan niet met arbeidsondersteuning. Als de jonggehandicapte vanaf zijn 27ste zijn resterende verdiencapaciteit volledig benut, kan hij een inkomensondersteuning krijgen die zijn inkomen uit arbeid aanvult tot het wettelijk minimumloon. Bijvoorbeeld: als de jonggehandicapte 50% van het wettelijk minimumloon kan verdienen en dat bedrag ook daadwerkelijk verdient, kan hij een aanvulling krijgen tot 100% van het wettelijk minimumloon. Als hij daarentegen geen of een lager inkomen heeft dan hij theoretisch zou kunnen verdienen, is zijn totale inkomen lager, maar altijd minstens 75% van het wettelijk minimumloon. Voorwaarde is wel dat hij bereid is om te werken.
  • Voor een jonggehandicapte van 27 jaar of ouder die zijn resterende verdiencapaciteit waarmaakt en werkt met begeleiding van een jobcoach én met loondispensatie, kan het loon uit arbeid worden aangevuld tot 120% van het wettelijk minimumloon.
  • Het recht op inkomensondersteuning vervalt als de jonggehandicapte zonder arbeidsondersteuning:
    1. vijf jaar heeft gewerkt en daarna meer verdient dan 75% van het wettelijk minimumloon, of
    2. gedurende één jaar meer dan 100% van het wettelijk minimumloon verdient.

Werkaanbod

  • Als het UWV een baan aanbiedt waarbij de jonggehandicapte geen 20% van het wettelijk minimumloon kan verdienen, zal een aanvulling worden gegeven tot 75% van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren in de werkregeling die buiten hun schuld geen werk hebben.
  • Een weigering van werkaanbod of het niet meewerken aan re-integratie leidt tot be-eindiging van de inkomensondersteuning.

School of studie

  • Er komt een aparte inkomensondersteuning voor jonggehandicapten die op school zitten of studeren. Naast studiefinanciering kunnen zij een inkomensondersteuning krijgen ter hoogte van 25 procent van het wettelijk minimumloon. Voor de studerende of schoolgaande jonggehandicapte die gaat werken, wordt het inkomen tot 25% van het wettelijk minimumloon niet gekort op de inkomensondersteuning.

Naast de maatregelen primair gericht op de nieuwe instroom (vanaf 2010) presenteert het kabinet een aantal maatregelen gericht op werkgevers respectievelijk Wajongers, om meer mensen aan het werk te krijgen. Hiervan profiteren niet alleen toekomstige, maar ook de huidige Wajongers. Verder zet het kabinet ook in op de verbetering van de overgang van school naar werk en investeert in jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg ter voorkoming van instroom in de Wajong. Ook is er een monitor beleidsonderzoek ingericht en een programma gericht op cultuurverandering en kennisdeling.

Waar moet de verandering toe leiden? Het kabinet wil dat iedereen in de samenleving meedoet, het liefst met een betaalde baan. Dat is belangrijk voor de economische ontwikkeling van Nederland en voor de sociale samenhang.

Het kabinet wil met de vernieuwing van de Wajong het vermogen van jonggehandicapten versterken en voorkomen dat zij voor de rest van hun leven buiten spel worden gezet.

Daarnaast moet ook het onderwijs meer gericht worden op werk voor jongeren met een beperking en is er een cultuuromslag nodig in het beleid en bij professionals die met deze jongeren werken. Dit proces heeft tijd nodig en kost geld, maar die investeringen verdienen zich op termijn terug, te weten in een grotere participatie van jongeren met een beperking. 

Waarom doet het kabinet dit? 

Het is sociaal, maatschappelijk en financieel onaanvaardbaar dat steeds meer jongeren met een beperking zo vroeg in hun leven aan de kant staan of dreigen te komen staan doordat ze tot hun 65e jaar met een uitkering in de Wajong worden geparkeerd. Daarom wil het kabinet de Wajong zo veranderen dat de nadruk ligt op wat jongeren nog wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen.

Wie krijgen er mee te maken? 

Het kabinet richt zich primair op de nieuwe Wajong-instroom (vanaf 2010). Daarnaast presenteert het kabinet een aantal maatregelen gericht op werkgevers respectievelijk Wajongers, om meer mensen aan het werk te krijgen. Hiervan profiteren niet alleen toekomstige, maar ook de huidige Wajongers.

Wanneer gaat de verandering in? 

De wet is op 1 januari 2010 in werking getreden. Ondertussen neemt het kabinet tal van ondersteunende maatregelen ter voorkoming van instroom in de Wajong en  is er een monitor beleidsonderzoek ingericht en een programma gericht op cultuurverandering en kennisdeling.